F637 | fotografie | 2023

Op de foto is een aardewerken vaas met bloemen te zien. De vaas staat op een houten rand, de achterwand is wit. Zacht licht schijnt op de bloemen en geeft een lichte, diffuse schaduw op de muur. De bos is vol, misschien zelfs een beetje té vol. Sommige bloemen staan een beetje verdrukt tussen de anderen, komen eigenlijk niet helemaal tot hun recht. Het is een bonte verzameling van kleur en vorm waarvan je je af kunt vragen waarom.
Het is al weer ruim een week geleden. “Graag één onverpakte bloem meenemen voor Henk”, stond er op de kaart. En daar is ruim gehoor aan gegeven. En nu staat de bos bij ons in de kamer. Om de herinnering te bewaren heb ik de bloemen, in al haar kracht en pracht, vorige week vastgelegd. En nu, een week later, voel ik me onrustig. Kijkend naar de bloemen op tafel wordt de vergankelijkheid van het bestaan zichtbaar. De eerste bloemen beginnen hun kracht te verliezen, een enkeling valt uit. Ik realiseer me dat de bos niet eeuwig zal zijn. Zoals het leven ook niet eeuwig is. Dat is onlangs nog gebleken.
Vergankelijkheid is een terugkerend thema in mijn werk. De onderzoeker en beelddenker in mij knaagt. Ik wil hier iets mee. Vastleggen. Onderzoeken. De bloemen meer laten zijn.
Daarom heb ik de gekleurde rozen voorzichtig uit de bos gehaald en in een andere vaas gezet. De vaas staat op een tafeltje, uitgelicht en solitair. Dagelijks maak ik een foto van de rozen om de vergankelijkheid in beeld te brengen. Zelfde compositie, zelfde belichting. Om de bloemen net dat beetje meer te geven en Henk toch net een beetje langer bij ons te houden.
